29 aug Marktlogistiek
Marktlogistiek
Het was nog vroeg toen ik naar de viskraam op de markt ging. De regen kwam zachtjes naar beneden. Een aangenaam gevoel vond ik het, na de veel te warme weken. Uitstekend ook voor de tuin. Zoals altijd werd ik hartelijk begroet door de Marokkaanse marktkooplui. Ik ken ze intussen goed. Vakmensen en harde werkers zijn het. Ik weet dat ze ‘s morgens vroeg in Rotterdam al tussen vier en vijf bezig zijn. Er stonden een stuk of zes, zeven mensen voor de kraam. Ik sloot netjes aan. Onmiddellijk draaide een vrouw zich om en richtte het woord tot mij: ‘Ja, ik sta hier wel vooraan, maar dat zegt helemaal niets hoor, ik ben nog niet aan de beurt. Die meneer die naast u staat is de volgende.’ Ze wees hem nog aan ook. Ik keek opzij en ontving een wat neutrale blik. Deze meneer zag er helemaal niet uit als iemand die zijn beurt voorbij liet gaan. ‘En daarna komt de mevrouw met die blauwe tas’, vervolgde ze, ‘daar rechts voor u en dan ben ik.’ Ik had moeite om het allemaal te onthouden zo vroeg op de ochtend. Ze hield duidelijk goed overzicht op de hele organisatie van de klantenstroom voor de kraam. Toen er nog iemand schuin achter mij ging staan werd hij gelijk meegenomen in haar rangschikking: ‘ja, en u bent dan aan de beurt na de meneer naast u.’ Dat was ik dus. De man en ik knikten elkaar wat bedeesd toe. En konden het ‘ja, mevrouw, dank u wel mevrouw’ nog net inhouden. Het was natuurlijk hinderlijk dominant gedrag. En toch vond ik het eerlijk gezegd niet erg. Het hield mensen tegen die voor hun beurt proberen te gaan en dan reageren met ‘oh, was u vóór mij, sorry hoor’. Die zijn pas erg.
Een wat oudere man posteerde zich even later een stukje schuin voor mij. Natuurlijk helemaal niet volgens de regels. Maar misschien wilde hij zoveel mogelijk onder de luifel staan. Droog. Angstig keek ik naar de mevrouw van de klantenlogistiek of zij dit wel accepteerde. Maar die werd intussen gelukkig geholpen. We konden het verder mooi zelf uitzoeken. De man draaide zich een beetje naar mij toe: ‘Het is wat met die regen, he’, zei de man. ‘Wat is er dan?’, vroeg ik. ‘Nou, je loopt ‘s morgens toch niet lekker de deur uit, armoedig gevoel, waardeloos… regen.’ ‘Helemaal niet’, zei ik, ‘heerlijk regen, het was heel hard nodig en ik ga niets liever dan lopen wanneer het regent.’ Hij keek me licht hoofdschuddend aan met een gezicht van: ‘ik zag al uit de verte dat jij niet spoort’ en richtte zijn blik vervolgens op het uitgebreide visassortiment. ‘Pangasius, inktvis, gamba’s, wat mot ik daar allemaal mee. We zijn toch in Holland. Maar een harinkie gaat er altijd wel in’, zei hij, ‘regen of geen regen. Met uitjes natuurlijk.’ En hij ging verder staan balen. De vrouw van de correcte doorstroming was intussen verdwenen en ik was aan de beurt. Toen ik wegliep maakte ik me grote zorgen over de ordelijke schikking voor de viskraam. Gelukkig regende het nog steeds. Niet hard, precies zoals het moet. Straks maar even een stukje lopen of wat schoffelen in de moestuin.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.