27 sep Het pad van de waarheid
Het pad van de waarheid
De man stond aan de oever van het water. Dat extra donker was, ja zwart bijna, door de zware wolken boven ons. Vanuit de verte, leek hij mij een hengelaar. Toen ik langzaam naderde, het liep een beetje moeilijk daar, drassig, draaide hij zich om en zag mij. Gelijk begon hij hevig met zijn armen te zwaaien. Hij stond niet te vissen, dat was duidelijk. Afwerende bewegingen waren het. Maar het smalle pad voerde toch echt langs hem. Rechts was het water, links een sloot met daarachter ondoordringbaar struikgewas. In het midden de man. Ik bleef staan, zo’n vijf meter van hem vandaan. Hij liet zijn armen zakken. En keek mij aan. Gewoon vriendelijk blijven kijken, gedag zeggen en langs hem lopen, dacht ik. Maar ik aarzelde, de situatie was toch enigszins onbehaaglijk. Plotseling sprak hij luid en duidelijk: Ik ben hier het bevoegd gezag. U loopt op het pad van de waarheid, mijn waarheid. Nu had ik dit weggetje al vaker gelopen en er was mij nooit een strobreed in de weg gelegd, door welk gezag dan ook. En dat het pad een naam had was mij ook niet eerder opgevallen. Op nog geen honderd meter verder, wist ik, eindigde het en kwam het uit op een groot stuk grasland. Einde van zijn waarheid, zou ik zeggen. En misschien het begin van de leugen. Weet u wat, zei de man plotseling, op een heel andere toon. Ik loop een eindje op met u. Komt u maar achter mij, het is hier nogal smal. En zo liepen wij voorzichtig achter elkaar het zompige pad af. Van de waarheid naar de vrijheid van het groene gras.
Ik wilde weg
Ik voelde mij toch wel enigszins bevrijd hier. De zon kwam langzaam door de wolken. En het werd licht. De man draaide zich naar mij toe en begon hardop te filosoferen over het leven. Zonder me ook maar een keer aan te kijken. Hij keek langs mij heen. Zijn woorden haalde hij uit de vlakte achter mij. Hij gaf ze alleen maar door. Het overkomt je allemaal, zei hij, je kunt dit willen of dat. Je kunt het zus doen of zo. Je kunt van mening veranderen of strak aan je gedachten vasthouden. Maar het is allemaal zinloos. Het is zoals het is en daarmee moet je leven. En dan verder het beste ervan maken. Wat is waar en wat is niet waar? Wat is de waarheid? De man keek somber voor zich uit. Hij straalde vreugdeloosheid uit. Ik kreeg een beeld voor ogen van een verdwaalde eenling die zich miskend voelde. Humor leek hem vreemd. En geluk was een woord dat hij niet kende.
Ik wilde weg, maakte af en toe een opmerking, meestal relativerend. Heb nooit zo’n zin over dit soort onderwerpen te praten met een vreemde. Mijn laatste woorden waren bedoeld als afsluiting: de werkelijkheid is misschien de enige, echte waarheid, wie weet. En ik maakte aanstalten om verder te lopen. Ha, zei hij schamper, uw werkelijkheid is de mijne niet. En wat veel mensen ervaren als werkelijkheid is in feite een illusie. Net als een droom. Sterker nog, iedereen ervaart de wereld vanuit zijn eigen ik en dat is zo subjectief als wat. En dus leeft iedereen in een heel andere werkelijkheid. Hoeveel echte waarheden zijn er dan? Voor veel mensen is deze wereld bovendien helemaal niet echt. Dat is wat hierna komt. Noem het hemel, noem het nirwana…
Een hopeloos geval
Ik prevelde nog iets, zo van: interessant te horen, maar het is, denk ik, niet iedereen gegeven er zo tegenaan te kijken. De man keek mij eindelijk heel even recht aan en trok waarschijnlijk de conclusie dat hij hier met een hopeloos geval te maken had. Hij draaide zich om en liep weg. Ik dronk wat en vervolgde mijn wandeling. Bijna anderhalf uur later zag ik de eerste huizen van het dorp. Ik was de woorden van de man nog niet vergeten. En zijn blik evenmin toen hij even mijn richting uit keek. Het leek mij dat hij beslist niet tevreden was met het leven hier op aarde. Ik liep door en zag fraaie huizen met grote tuinen. Bij het derde huis hoorde ik gelach en het gejoel van kinderstemmen. Een hond blafte. Daar zag ik in de tuin de man. Hij liep vrolijk lachend met een bal achter twee rennende kinderen aan. De hond achter hem aan. Een al even opgewekte vrouw kwam het huis uit. Was geluk een woord dat hij niet kende? De man keek om en zag mij. Hij zwaaide uitgelaten naar mij. Ik zwaaide voorzichtig terug. Zag de bijna bezeten blik van de man op het wandelpad voor me. Nog geen anderhalf uur geleden. Ik koos er nu definitief voor dat de werkelijkheid van het moment de waarheid is.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.