01 jul Ben je voor of tegen boeren?
Het was iets na negenen afgelopen dinsdagavond. Ik kwam aanrijden bij de geïmproviseerde gemeentelokatie in Geldermalsen. De agenda van de gemeenteraadsvergadering was niet bepaald imponerend te noemen. Een paar hamerstukken en daarna nog even wat praten over het al dan niet open zijn van de winkels op zondag. Eigenlijk ook gewoon een hamerstuk, want de uitslag stond al lang vast.
Parkeren voor de deur was er niet bij. Om de een of andere reden was er geweldig veel belangstelling voor een bijeenkomst waarvan je al lang wist hoe die afliep. Het vinden van een plek werd bovendien enigszins belemmerd door een aantal trekkers met van die grote wielen. De berijders daarvan kunnen duidelijk niet goed parkeren. Trekkers staan altijd voor de ingang van een huis of gebouw en nooit netjes recht. Schots en scheef. En de laatste tijd zijn ze ook nog eens volgeplakt met kreten.
Toen ik eindelijk de ingang van het gebouw naderde liep een groep ‘boze boeren’ recht op mij af. Nou ja, boze boeren, ze waren hartstikke jong, maar een aantal moest toch minstens 16 jaar zijn, anders kun je nog geen trekkersrijbewijs hebben. Tenzij ze zich daar ook niets van aantrekken.
Ze vormden een halve kring voor me en de middelste riep: ‘ben je voor of tegen de boeren?’ Ik was slecht voorbereid want ik kwam helemaal niet naar deze raadsvergadering voor dit onderwerp. Ik ging voor de hamerstukken. De jongen tegenover me herhaalde zijn vraag: ‘kom op, ben je nou voor of tegen de boeren?’ Ik antwoordde dat ik het een stomme vraag vond waarop geen anwoord mogelijk was. Je vraagt toch ook niet of je voor of tegen onderwijzers bent? Of kappers, verpleegkundigen, winkelpersoneel…? ‘Stel je vraag anders’, antwoordde ik hem. Maar de groep draaide zich al weer om en verdween in de hal van het in de school gevestigde gemeentehuis.
Binnen was het vol en warm. Wie er moest of zo nodig wilde zijn was er ook. Ik volgde het geheel een klein uurtje. Spannend werd het nooit, een gelopen race, een gebed zonder end, geen enkele mogelijkheid tot welke overeenkomst dan ook. Het was enigzins benauwd en ik voelde respect voor de mannen in het zwart op deze voor hen beslist hopeloze avond.
Ik verliet de zaal weer en liep buiten zowaar opnieuw tegen de groep aan die zich helemaal niet druk maakte over winkelopeningen op bepaalde dagen. ‘Ben je intussen nou voor of tegen de boeren?’, riep de aanvoerder mij gelijk toe. ‘Heb je echt geen andere vraag voor mij?’, vroeg ik. En hij zei: ‘Vind je dat de boeren weg moeten?’ ,Nee’, antwoordde ik naar waarheid en wilde daar nog wat aan toevoegen. Dat was niet nodig, ‘zie je nou wel’, riep hij, ‘je bent voor de boeren.’ De groep begon te juichen en trok verder.
Terwijl ik naar mijn auto liep vroeg ik me af waarom we eigenlijk in deze crisis terecht zijn gekomen. Ongebreidelde groei van de consumptie, ongeremde groei van de veestapel, onverzadigbare bevolking die alleen maar meer, meer, meer wil. En een politiek wanbeleid door er nooit werkelijk iets aan te doen. Dat geldt niet alleen in Nederland maar in vrijwel alle landen van Europa, denk ik.
Toen ik bijna bij mijn auto was zag ik een trekker staan, gewoon netjes recht geparkeerd langs de stoep. Achterop was een groot kartonnen bord geplakt met in duidelijke letters: HELP. Meer niet. Later kwam ik op foto’s in de krant deze noodkreet ook tegen. Bij dat woordje HELP voelde ik opeens medelijden. Want dat was nou precies de emotie die opgeroepen moest worden. Boeren in Nederland, maak toch dat je wegkomt met je over de top zogenaamde ludieke acties. Hou toch op met je dreigementen die agressie opwekken. Het werkt altijd averechts. Bij HELP vraag je letterlijk om hulp, je roept mededogen op, mensen gaan zich associëren met je situatie. Het is een noodkreet want je bent in nood.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.