De blauwachtige stropdas

Er waren maar twee vrouwen in de winkel, een kleine herenmodezaak in een smalle straat. Vrij vroeg in de ochtend nog. En de verkoper was er natuurlijk, tevens de eigenaar. Al meer dan dertig jaar opende hij ‘s morgens om half tien precies de deur, zou hij mij later vertellen. Hij had een naam hoog te houden, vond hij. Want hij verkocht kwaliteit. Dus ik was aan het goede adres. Een verjaardagscadeau voor een goede vriend, dat zocht ik. Een bruine leren broekriem had zijn vrouw mij gezegd. In ieder geval weer eens wat anders dan een boek en wel zo praktisch. Iemand had mij deze winkel aanbevolen. Ik zag de beide goed verzorgde vrouwen in dezelfde hoek van de winkel ronddrentelen. Tussen de vijftig en zestig jaar dacht ik, veel preciezer lukt het mij nooit een leeftijd te schatten. Het leek wel of ze elkaar een beetje in de weg liepen. Het rekje met stropdassen, waar ze allebei belangstelling voor hadden, was ook niet zo geweldig uitgebreid, het stond wat verscholen achter de jasjes en de broeken. Ik had al snel een riem gevonden en liep er mee naar de verkoper. De vrouw van mijn vriend had gevraagd of ik er gelijk twee gaatjes bij wilde laten maken. ‘Omdat Henk met de dag magerder wordt.’ Dat wilde de precieze eigenaar graag doen en hij vroeg of ik over een half uurtje terug kon komen. Dit soort dingen deed zijn vrouw altijd en zij kon ieder moment komen. Ik vond het allemaal prima en ging een rondje lopen door het oude stadje.

Toen ik terugkwam was het leeg in de winkel. De eigenaar stond achter de kassa en keek mij wat verwilderd aan. Wat mij nu is overkomen, zei hij. U hebt die twee vrouwen gezien. Eerst kwam er eentje naar me toe en vroeg om een blauwachtige stropdas met een fijn wit streepje. Ik liep samen met haar naar de stropdassen toen de andere vrouw op ons af kwam. Mag ik even wat vragen zei ze, heeft u misschien ook een blauwachtige stropdas met een wit streepje. Ik stond perplex, zeg maar. De vrouwen keken elkaar aan. Dat is wel heel toevallig, zei de een. Ja, zei de ander. Wat bleek? Ze hadden beiden de afgelopen week een afspraak gehad met een man. Een date noemden ze het. Het was gezellig geweest en ze hadden volgende week een nieuwe afspraak. Maar dan moesten ze wel een stropdas voor hem meenemen, een blauwachtige, dat woord alleen al, met een wit streepje. En weet je, zei de verkoper, ik had er nog eentje ook die je met wat goede wil blauw kon noemen. Met een zweem van wit, zeg maar. Nou ja, lang verhaal kort, ze vlogen elkaar in de haren. Hier, middenin mijn winkel. De een had de stropdas, de ander liep scheldend de deur uit. Oh ja, uw riem. Mijn vrouw is er nog niet. Ze was zelf gaan winkelen zei ze. Moet je nagaan, is ze bijna zestig, gaat ze de laatste tijd regelmatig met een vriendin uit eten. En dan kopen ze een presentje voor elkaar, zegt ze. Misschien zoekt ze ook een blauwachtige stropdas, ha, ha, ha.

6 Reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.