03 mei een stoomrijtuig op een ijzerbaan

Schrijnend onrecht in Tuil
Overal waar je loopt in West Betuwe is het aangenaam. Natuurlijk er zijn verschillen, het ene dorp heeft dit, het andere dat. In grote lijnen hetzelfde, maar altijd anders. Recent ben ik door en langs Tuil gelopen. Het was een prettige wandeling en heerlijk weer. Er zijn looppaden aangelegd door gebieden waar je recent niet kon komen. En het is allemaal nog lang niet klaar. Het voelde sfeervol aan in het kleine centrum. Buiten het dorp was duidelijk zichtbaar dat landbouw had plaatsgemaakt voor tuinbouw. Ja, Tuil beviel me wel. Maar toen ik thuiskwam en iets over de geschiedenis van het dorp opzocht, zag ik een donker verleden. Tuil is zomaar een dorp in onze gemeente West Betuwe. Zeker niet het grootste, maar dat heeft een reden. Het dorp werd een weerloos slachtoffer van de industriële revolutie in de tweede helft van de 19e eeuw. In 1867 vond een meedogenloze amputatie plaats. Bijna tweederde van de woningen moest worden gesloopt. Het dorp werd meer dan gehalveerd. En dat ging in die jaren bepaald niet altijd even zachtzinnig. De vooruitgang bracht met zich mee dat er een spoorbrug over de Waal werd aangelegd. Want de trein, ‘een stoomrijtuig op een ijzerbaan’ noemde dichter Staring het, had de toekomst. Diezelfde toekomst was minder rooskleurig voor veel bewoners van Tuil. Door de geweldige omvang van het project werd de rivierdijk veel verder landinwaarts gelegd. Alle huizen tussen de nieuwe dijk en de Waal moesten verdwijnen. En we hebben het nu echt niet over een tijd waarin iedereen netjes een andere woning kreeg toegewezen. Er zijn daar schrijnende dingen gebeurd.
Een stoomrijtuig op een ijzerbaan
Ik zie beelden voor me van de koude winter in 1867. Vader, moeder en 5 kleine kinderen staan kleumend op de dijk die gaat verdwijnen. Ze hebben bijna niets bij zich, want ze bezitten gewoon niets. Nog één keer kijken ze om naar hun kleine huisje, dat we nu voor twee mensen al niet bewoonbaar zouden vinden. Radeloos lopen ze in de richting van de andere huizen in het dorp. Die wél mogen blijven staan. Er staat geen vervangende woning op hen te wachten. Vader en moeder hopen dat ze nog zullen worden geholpen. Er staat een snijdende wind. De baby van nog geen jaar begint te huilen. Hij heeft honger en hij heeft het koud. Het Tuil van toen is in die tijd meedogenloos om zeep geholpen. Zonder aanzien des persoons is ingegrepen omdat we vonden dat het moest. Nederland kon niet achterblijven. De wereld was aan het veranderen en wij veranderden mee. Maar hoever wil je gaan? Het is nu 150 jaar later. Willen wij nu nog zulke rigoureuze ingrepen in ons leven, in onze omgeving? Zouden we het accepteren? Nog niet zo lang geleden hebben de inwoners van West Betuwe een vragenlijst gekregen. Daarmee konden ze hun visie geven op de plek waar zij wonen. Het gaat om de kernkwaliteiten. Dit alles gebeurt onder de noemer ‘gebiedsmarketing’, in steden ook wel citymarketing genoemd. Of nog erger: citybranding. Daar kan ik nerveus van worden. Ik hoop dat onze beleidsbepalers verstandige besluiten nemen waarbij we ons allen thuis voelen. En vooral ook: thuis blijven voelen.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.