28 okt Even naar Gorinchem
Het was niet druk in de straat waar ik liep. Toch kwam ik onverwachts tot stilstand tegen de achterkant van een elektrisch aangedreven rolstoel. Mijn hoofd kreeg een pijnlijke zwieper mee van de stevige oranje mast die achterop was aangebracht. Bovenaan zat een oranje vlaggetje. De man in de stoel remde ook wel erg abrupt terwijl hij met één hand geestdriftig zwaaide naar iemand verderop. Pardon of zoiets, mompelde ik. Waarom eigenlijk? Mijn excuus ging toch verloren in zijn kreet richting de bekende die hij ontwaarde: Henkie, Gekke Henkie!!! Ik stond nog enigszins beduusd achter de rolstoel toen Henkie al kwam aangewaggeld als een te dikke eend. Zijn omvang won het duidelijk van zijn snelheid. Zo, zei de eend, zit je lekker op je luie reet? Ik stond nog steeds stil, maar de beide heren hadden geen enkel oog voor mij. De eend ging door: heb je eindelijk je Ferrari… en je leeft ook nog. Voor zover ik kan zien dan. Hoeveel staat er nou op de teller? De man in de rolstoel boog zich traag naar voren om het aantal gereden kilometers te kunnen lezen. Nee joh, riep Henkie, eikel, ik bedoel hoe oud ben je nou? Je leeftijd. Drieëntachentig, hoorde ik nog mompelen. En ik liep door. Zowel hij als de eend hadden mij in het geheel niet opgemerkt. In de bibliotheek verderop moest ik drie gereserveerde boeken ophalen van R. En twee andere inleveren. In de hal stond een wat oudere dame. Zeer slank en goedgekleed in stemmig zwart. Gesoigneerd maar vooral streng. Zij legde een boek in de inlevergleuf en deed een stap achteruit. Er gebeurde niets. Zij bleef kijken. Ik ook. Na een tiental seconden suggereerde ik de vrouw het boek omgedraaid nog een keer in de gleuf te doen. Zij was niet het type dat bij mij onmiddellijk sympathieke gevoelens opwekte. Omgekeerd leek dat ook het geval. Haar afkeurende blik ging van mijn hoofd tot mijn voeten en zij antwoordde: ik heb u niets gevraagd en ik verzoek u anderhalve meter afstand te houden. Liever nog iets meer. Dat viel niet mee in de beperkte ruimte daar. Maar ik stapte toch naar achter met mijn rug tegen de muur. Ga uw gang, zei ik. Zij liep naar de gleuf en haalde het boek eruit. Vervolgens stopte ze een tweede exemplaar in de gleuf dat onmiddellijk de eindstreep haalde. Het eerste boek verdween daarna ook pijlsnel. Zo kan het ook, zei de dame, wanneer we allemaal onze goede manieren maar in de gaten houden. En met opgeheven hoofd liep zij de bibliotheek in. Bij de Hema ging ik daarna foto’s ophalen. Het was heerlijk rustig en aan de kassa stond maar één klant om af te rekenen. Eigenlijk twee. Twee moeders, ieder met twee kleine kinderen. Ze hoorden bij elkaar. Afrekenen? Nou, daar waren ze nog lang niet aan toe. Eigenlijk deden ze hun bestellingen vanaf deze plek. Hier was toch die aanbieding bij, vroeg de ene vrouw aan het nog zeer jonge meisje achter de kassa. Ze stak een pak sokken omhoog. Het meisje wist duidelijk van niets en deed alsof ze het zocht op het scherm en zei, ik kan geen aanbieding vinden. Ja hoor, zei de ander, stond in het krantje. Er kwam iemand bij van hogerop. Mevrouw is misschien in de war met de handdoeken zei hij. De vrouw maakte inderdaad op mij de indruk dat ze het verschil tussen een sok en een handdoek niet wist. Wat is dat dan met die handdoeken, vroeg ze gelijk. Vijf washandjes voor de halve prijs erbij, zei de man alsof zij de hoofdprijs in de Staatsloterij had gewonnen. Oh, doe die dan ook maar. De man verdween in de schappen, een van de kinderen had intussen een pak speculaas open gescheurd, het meisje in de kinderwagen begon hartverscheurend te huilen. Een van de moeders gooide de speculaas gewoon terug in het schap en stopte een speen in de mond van het schreeuwende meisje. Toen de man terugkwam met de handdoeken en vijf washandjes, zei de vrouw. Oh nee, heb je die niet in een andere kleur. Nee, zei de man, alleen deze. Laat dan maar, zei ze. De andere vrouw zei dat ze die sokken toch ook maar niet nam. Toch niet helemaal mijn smaak, vond ze. Misschien zijn die truitjes nog in de aanbieding. Zullen we daar nog even naar kijken? Vindt u niet erg hè meneer, zei ze tegen mij.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.