16 mei Verandering en vernieuwing mag. Maar geen verlelijking alstublieft.
Vorige week naar de Stiefbeenmarkt in Tricht geweest. De wat jongere generatie weet waarschijnlijk niet waar die naam vandaan komt. Stiefbeen en Zoon was in de jaren ‘60 een zeer populaire tv-serie. Vader en zoon Stiefbeen beheerden een handel in lompen en metalen. Vroeger werden dat wel ‘voddenboeren’ genoemd. Het was een zeer komische serie. De laatste uitzending was in 1971. Dus vroeg ik mij af waarom ze in 2022 in Tricht die naam Stiefbeenmarkt gebruiken. En daar ben ik intussen achter want dit is een al heel lang bestaande markt. Hoe dan ook, het was een genot om daar rond te lopen. Prima sfeertje, geen commerciële kraampjes met ‘Made in China’-rommel, aardige mensen. Een van de dorpen van West Betuwe op zijn best. Achteraf begreep ik dat de opbrengst voor de kerk is. Een mooie kerk, sfeer- en stijlvol met een prachtig orgel. Tricht is het prototype van een dorp dat zijn eigenwaarde kent en zich in de loop der eeuwen uitstekend heeft gehandhaafd. Het blijft al heel lang goed ‘in beweging’. Een prima voorbeeld voor onze gemeenteraad ook. Die eveneens graag beweegt, zeggen ze. Maar dat moeten ze de komende vier jaar eerst nog even bewijzen. Trouwens, de Koetjong, de enige echte digitale krant van West Betuwe was zeer aanwezig. Ter plekke, in een zijgebouw van de kerk, werden verschillende gesprekken opgenomen die u als podcast kunt beluisteren. Maar de krant ging ook op locatie tussen de kraampjes. Ga dat horen! Op koetjong.nl
Conclusie: Tricht is een dorp op zijn best. Niet te veel aan doen.
Een paar dagen later, na de gezellige drukte in Tricht, verlangden wij naar gezellige rust. R. stelde voor naar Heesselt te gaan. Van de Linge naar de Waal, het kan allemaal zo maar binnen onze gemeente. In Heesselt was geen markt maar wel het altijd aanwezige prachtige Waallandschap. Terwijl we daar liepen hadden we het over een artikel dat we recent in de krant lazen. Het ging over musea, die gebouwen waar vaak smaak noch kraak is te vinden. Grote, lege zalen met soms een paar schilderijen aan de wand. Of een beeld in het midden. Er heerst stilte en er hangt een sfeer van… weet ik veel, er hangt helemaal geen sfeer. Dat was zo’n beetje de strekking van het artikel. Wij waren het daar helemaal mee eens. Het idee dat kunst ver afstaat van het leven en bekeken moet worden in losse gebouwen waarvoor je toegang moet betalen is onzin. In de grote culturen uit het verleden was kunst juist altijd iets waarvan de hele maatschappij doordrenkt was. Alles is in de meeste huidige musea te kil, te gemaakt. Zo niet in de stadjes en dorpjes in West Betuwe. Die zijn vaak heerlijk zichzelf gebleven, overzichtelijk, sfeervol. Eigenlijk gezellige musea, maar dan buiten. Weinig veranderd. Verandering in de moderne tijd brengt vrijwel automatisch lelijkheid met zich mee. In het verleden braken ze ook gebouwen en soms hele stadjes af. En daarna bouwden ze het nog mooier op. Wanneer er tegenwoordig een oud gebouw wordt afgebroken, komt er een monstrum in de plaats. Denk niet dat ik tegen verandering of vernieuwing ben. Ik ben tegen verlelijking.
Gelukkig zegen wij na deze overpeinzingen ergens langs de Waal bij Heesselt neer op een terras. Vlak aan het water met een fantastisch uitzicht. In het dorp kwamen wij nog even in gesprek met iemand die ons interessante verhalen kon vertellen.
En zo ben ik vanzelf, na Tricht en Heesselt, weer uitgekomen bij het hoofdthema: ‘de eigenheid’ van de kernen (stom woord, maar anders moet je het steeds over de dorpen en stadjes hebben) van West Betuwe.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.